Interview Bert Staat AD 060118: "Ik wil niet hard overkomen"

Na bijna drie decennia in de Dordtse politiek zwaait Bert Staat af als raadslid. ,,Ik zie er soms tegenop om te debatteren over onze Bijbelse uitgangspunten, omdat je weet dat een groot collectief er anders over denkt.’’

 

Stond Bert Staat sinds 1990 altijd hoog op de kandidatenlijst, bij de komende gemeenteraadsverkiezingen functioneert hij als lijstduwer. De politicus van ChristenUnie/SGP houdt het na bijna drie decennia voor gezien. ,,Ik heb het altijd met heel veel genoegen gedaan, maar ik begin toch wel te merken dat ik geen 25 meer ben’’, zegt de geboren Zwijndrechtenaar (58), die sinds zijn tiende  jaar in Dordrecht woont.

,,De maandag- en dinsdagavonden zijn sowieso altijd gevuld met vergaderingen en de overige dagen zijn er ook nog vaak overleggen ‘s avonds. De halve zaterdag gaat op aan het lezen van stukken. Je bent er werkelijk nooit mee klaar, dus mijn lieve vrouw Nellie  is blij dat ik er na al die jaren mee stop. En mag ik de volgende keer zelf onze heg knippen!’’

Staat, in het dagelijks leven werkzaam bij Rijkswaterstaat, draaide eerst twaalf jaar warm als burgerraadslid voor hij in 2002 daadwerkelijk gemeenteraadslid werd. ,,We haalden toen, tot nu toe de enige keer in de geschiedenis van Dordrecht, vier zetels en ik stond op de vierde plek van de kieslijst. ,,Dat was een heel grote verrassing, dus ik was heel dankbaar dat ik als SGP-er raadslid mocht worden naast Henk Mostert in de fractie SGP-RPF-GPV.. Ik kende het klappen van de zweep al behoorlijk, want ik had immers al drie periodes meegedraaid in de commissies.’’


Ondenkbaar

In al die jaren zijn de principiële uitgangspunten van de fractie  niet gewijzigd, zegt de Sterrenburger. Desondanks zijn er wel dingen veranderd. ,,In mijn beginjaren in de politiek was het bijvoorbeeld ondenkbaar dat we bij de lokale omroep te horen zouden zijn, laat staan te zien. Als we voor een interview gevraagd werden, dan hielden we echt afstand. Terwijl we daar nu wel volop en van harte medewerking aan verlenen.’’

In zijn politieke loopbaan verkreeg  Wielwijk een prominente rol. ,,Ik kreeg die wijk in mijn portefeuille en vooral omdat  de wijk er niet al te best aan toe was, had Wielwijk direct mijn hart gestolen. Problemen in de wijk waren onder meer  het feit dat er veel nationaliteiten woonden die langs elkaar heen leefden  en de staat van het onderhoud van de woningen die echt te wensen overliet. Er is met kracht ingezet om dat te veranderen en moet je nu eens kijken. Met het toenmalige bestuur van stichting buurtwerk Wielwijk, Leny Koppelaar, Wil Braat en Gijs  Bogaard, had ik een hele goede klik. Prachtig om te zien wat er nu van geworden is. Heel bijzonder dat je daar als raadslid je steentje aan hebt mogen bijdragen door bijvoorbeeld grondverkoop, aankoop van panden en de keuze van het soort te bouwen woningen.’’

Geregeld liepen de gemoederen in de gemeenteraad hoog op, zoals tijdens de discussie over de vestiging van een hostel voor chronisch verslaafden aan de Eulerlaan in 2009 en de komst van vluchtelingen naar de stad eind 2015. ,,Daar werden stevige debatten over gevoerd. Het hostel (Domus) is uiteindelijk aan de Amnesty Internationalweg gekomen, waar ik zelf in de buurt woon. En ik heb er werkelijk nog nooit iets van gemerkt. Terugkijkend op de vluchtelingendiscussie vind ik dat als zo’n situatie zich nog een keer voordoet, dat we dan ruimhartiger moeten zijn en de stadspoorten open moeten zetten. Schiet toch niet zo in een kramp! Al moet ik toenmalig burgemeester Brok complimenteren. Hij heeft er het maximale uitgehaald.’’


Koopzondag

Politiek gebaseerd op de Bijbel is één van de speerpunten van de partij. ,,Daarom doet het ons nog steeds pijn dat in 2014 de koopzondag is ingevoerd. Ons is verweten dat we om deze reden niet tot het college hadden moeten toetreden. Maar dat maakte voor dit punt helaas niet uit omdat een  grote meerderheid van de raad  wél voor was. Ik zie er soms tegenop om te debatteren over onze Bijbelse uitgangspunten, omdat je weet dat een groot collectief er anders over denkt. Het is in al die jaren bijna nooit gebeurd, maar ik ben dan bang dat er met de Bijbel gespot wordt. Toch doe je dat, want juist op die momenten krijg je van God de kracht om het zo te verwoorden.’’

Een ander punt waar Staat tegenop zag om over in debat te gaan is het homobeleid van de stad. ,,Ik wil niet hard overkomen. Maar dit is voor ons een teer punt, want ook in kerken ontmoeten we mensen met een homoseksuele geaardheid. Daar wordt nu veel opener over gesproken, dan tien of twintig jaar geleden. Dat is op zich goed, maar vanuit het oogpunt van een Bijbelgetrouw christen vind ik dat  er geen ruimte is voor een relatie tussen twee mannen of vrouwen.. Ik heb het koploper-beleid dan ook nooit kunnen omarmen.’’

In 2009 kwam Staat landelijk in het nieuws toen hij het aan de stok kreeg met Ramsey Nasr. De toenmalig dichter des vaderlands had tijdens de opening van een Calvijntentoonstelling in de Grote Kerk een gedicht voorgedragen waaraan Staat zich aan had geërgerd. ,,Ik vond dat  voor christenen een spottend gedicht en daar heb ik hem voor het oog van de media op aangesproken. Achteraf bekeken had ik dat op een andere manier moeten doen. Ik was te fel en te direct. De inhoud neem ik niet terug, maar wel de manier waarop. Ik had eerst tot honderd moeten tellen. Dat had tot meer begrip geleid bij hem. Nu riep ik alleen maar weerstand op en bereikte ik juist het tegenovergestelde van wat ik wilde. Handelen vanuit emotie is niet altijd de juiste weg.’’

 

0 reacties

Reacties

Er zijn nog geen reacties geplaatst.

Plaats uw reactie